Hoe het verder gaat: Het zijn de donkere dagen voor kerst. Op de parkeerplaats van Albert Heijn wordt een gezellige kerstmarkt opgetuigd. Bij gebrek aan sneeuw wordt de boel gewoon onder de nepsneeuw gespoten. Er is ook een levende kerststal .
“Waar is nou dat sub tropisch zwemparadijs?”, zeurde de jongste na een half uur rondsjouwen met de tassen.
Oom Frits was de wanhoop nabij.
“Met of zonder koppelteken?”
De vader oefende al weer een paar weken voor het groot dictee.
“Huh?”
“Subtropisch-spatie-zwemparadijs, of subtropisch-liggend streepje-zwemparadijs.”
“Subtropisch op je ogen. Frits, kom op nou, geef nou gewoon toe. Dit is een practical joke. Een hele misplaatste trouwens.”
Oom Frits moest heel erg naar de wc.
“Echt niet. Ik snap er zelf ook niets van. Dit is ook niets voor mij, dat gezoek. Maar ik moet nu even heel dringend een boom aanzeggen. Als je begrijpt wat ik bedoel.”
Hij zette zijn koffer neer en begon het struikgewas in te lopen. O man, wat moest hij nodig. Dit was een goed plekje. Oef, dat luchtte op. Terwijl hij waterde keek hij om zich heen. Een kleine 100 meter verderop zag hij de gezinsauto met de dakkoffer staan. De deksel stond open. Hadden ze gewoon rondjes gelopen.
“Shit!” Hij plaste over zijn broekspijpen.
“Shit, shit en nog eens shit!”
“Wat is er Frits? Heb je onze bungalow gevonden.”
Oom Frits kwam met veel misbaar uit het struikgewas. Hij aarzelde even, knikte toen in de richting van de kinderen en ging in het engels verder.
“It’s the roofsuitcase. It stands open. The lid is standing open. And in the roofsuitcase is the bishopstick. Was the bishopstick I presume.”
“Waar heeftie het over?”, vroeg de middelste.
“Iets over stickies. Dat zijn sigaretjes.”, zei de oudste.
“Hoe bedoel je Frits? Ik volg je niet helemaal.”
“Stil nou. Niet waar de children bij zijn.”
Met donderend geraas kwam een KLM Boeing over. De aanvliegroute lag precies over het fort vandaag. Zeker veel zijwind.
“Ook wat teveel zijwind Frits?”, vroeg de moeder fijntjes en keek naar zijn pantalon.
Hun pad werd gekruist door een hardloper. Hij trok een licht geurspoor achter zich aan. Op zijn tricot stond in gouden letters te lezen: ‘Mole Acting Productions’.
Verdween toen met de hond in zijn kielzog achter een naderende auto. Een witte suv.
“Die zagen we daarnet ook al. Toen reed hij nog de andere kant op. Die gast weet ook niet wat hij wil.”
Frits pakte zijn koffer op en begon in de richting van de auto te lopen. De witte suv passeerde. Net als daarnet ging hij geen duimbreed aan de kant.
Het gezin keek als één man naar binnen.
“Wat een klootzak zeg.”
“Mam!”
“Correctie: klootzak-ken. Heb je de achterbank gezien?”
“Je hebt gelijk. Daar zitten er nog twee. Was dat net ook?”
“Echt niet. Zeker weten. D’r was maar één klootzak en nu zijn het er drie.”
De suv stopte abrupt.
Er ging een rilling door de gezinsleden, van jongste tot vader.
Zo’n 20 meter zat er tussen hen en de witte auto. Hij bleef stationair lopen.
Seconden verstreken. Zouden ze het op een lopen zetten? Oom Frits was er al bijna.
Maar hun harten klopten ongegrond in hun kelen. De witte suv was gestopt vanwege iets anders.
Drie personen staken het pad over. Een dame a la Hyacinth Bucket, een heer die haar gedwee volgde, en een type geschiedenisleraar op bergschoenen.
“Gelukkig!”, klonk de opgetogen stem van Oom Frits. Hij stond naast de geopende dakkoffer en stak triomfantelijk de sinterklaasstaf in de lucht.
Er vloog alweer een KLM Boeing over.




[...] Word vervolgd. Beoordeel dit: Stuur 'n vriendVind ik leuk:LikeÉén blogger vindt deze post leuk. [...]